Hollandse melkkoe lijdt in stilte
calendar
maandag, 03 maart 2014
by elise haarman

Tachtig procent van de Hollandse melkkoeien in de betonnen stallen loopt rond met pijnlijke klauwen, zonder dat de boer het weet. Een verborgen dierenwelzijnsprobleem, dat bovendien leidt tot een kortere levensduur van koeien. De meeste boeren vinden echter niet dat ze een probleem hebben. Opvallend is ook dat één op de vier zelfs denkt dat koeien geen pijn lijden. Dat schrijft Mariëlle Bruijnis in haar proefschrift, dat zij op 2 november 2012 verdedigde aan de Wageningen Universiteit.

Van een nieuwe uitbraak van het gevreesde Mond- en klauwzeer (MKZ) is geen sprake, dat misverstand wil de kersverse doctor meteen de wereld uit hebben. “Mijn onderzoek gaat niet over epidemieën en massaruimingen, maar over een veel onzichtbaarder en meer structureel probleem: het verborgen leed aan de klauwen van de melkkoe. Ik probeer met dit proefschrift de verschillende kanten van dit probleem in kaart te brengen. Je hebt enerzijds te maken met economische factoren en met de houding van boeren, maar anderzijds ook met het welzijn van de koe.” Het laatste wordt in de maatschappij vaak eenzijdig gerelateerd aan of een koe ’s zomers de wei in mag, maar Bruijnis laat zien dat klauwgezondheid een minstens zo belangrijke welzijnsfactor is. En dat er ondanks de complexiteit van de problemen lichtpuntjes te zien zijn aan het einde van de tunnel.

 

Pijn in de portemonnee

Dat vier op de vijf koeien aan een vorm van klauwaandoeningen lijden, dat wisten ze in Wageningen al langer. De kwalen variëren van kleine bloedingen in de zool van de klauw tot zoolzweren en ernstige ontstekingen aan de poten. Een kreupel lopende koe is het gevolg. Aandoeningen aan de klauwen veroorzaken veel pijn en hebben effecten op de gezondheid en het functioneren van de koe. Zo neemt bijvoorbeeld de vruchtbaarheid af en loopt de melkproductie terug. Indirect zijn klauwaandoeningen bij melkvee een belangrijke reden om een koe voortijdig naar het slachthuis af te voeren. Klauwaandoeningen hebben dus grote impact op het welzijn van de koe, maar ook op de portemonnee van de melkveehouder. Een gemiddelde boer lijdt jaarlijks 3500 euro schade door klauwaandoeningen.

 

Onderschatting van het probleem

Met deze gegevens in het achterhoofd, vroeg Bruijnis vijfhonderd boeren naar hun waarden en normen op het gebied van koeienwelzijn en hun houding ten opzichte van het verbeteren van de klauwgezondheid. De uitkomsten bevestigden haar vermoedens. “Boeren onderschatten de omvang en de impact van klauwaandoeningen. Dat is echt de achilleshiel van de melkveehouderij. De meeste boeren vinden niet dat ze een probleem hebben. Wellicht ook omdat ze gewend zijn aan koeien die een beetje moeilijk lopen.”

Aan de andere kant vermoedt Bruijnis juist dat het deels onzichtbare karakter van de klauwproblemen een oorzaak kan zijn van de onderschatting. “Koeien zijn van nature vluchtdieren. Ze laten hun pijn liever niet zien, want dat maakt ze kwetsbaar. Bovendien loopt een koe met één pijnlijke poot kreupeler dan een koe met twee pijnlijke poten”.

Maar er blijkt naast de signalering ook iets anders aan de hand te zijn, dat haar nog meer zorgen baart. Een kwart van de respondenten geeft in de vragenlijsten aan dat koeien überhaupt geen pijn kunnen lijden. “Ik was zelf ook erg verrast door deze uitkomst. Hier moeten we in vervolgonderzoek zeker nader op ingaan. Maar eerst moeten we uitsluiten of het wellicht aan de vraagstelling heeft gelegen.”

Oud-melkveehouder Jan Koldewee uit het Overijsselse Schalkhaar herkent het geschetste probleem, maar kan niet geloven dat een kwart van de boeren werkelijk denkt dat koeien geen pijn kunnen lijden. “De Nederlandse melkkoeien behoren tot de meest productieve op de wereld. Dat realiseer je alleen maar als je de koeien goed verzorgt. Doe je dat niet dan gaat dat ten koste van de koe én de boer.”

 

Kostenbesparende maatregelen

Toch moeten boeren zich volgens Bruijnis meer bewust worden van de ernst van klauwaandoeningen. Het begint bij preventie. Zorgen voor een goede ondergrond om op te liggen bleek in haar studie een kosteneffectieve maatregel te zijn. Dat betekent voldoende ruimte, een zacht ligbed, grip bij het opstaan en meer strooisel in de ligbox. Hetzelfde geldt voor een regelmatige pedicurebehandeling. Dat herstelt en voorkomt nieuwe klachten. De economische opbrengst van deze maatregelen bleek groter dan hun kosten. En, voor Bruijnis minstens zo belangrijk, het leven van de koe wordt er een stuk aangenamer door.

Verder is het voorkomen van overbezetting kostendekkend. “Je moet eigenlijk minimaal net zoveel ligplekken hebben als koeien, en bij voorkeur meer. Omdat er een sterke hiërarchie in de groep zit, zijn het anders altijd dezelfde dieren die moeten staan”.

Tot slot blijkt ook uit experimenten met rubberen vloeren dat koeien hier de voorkeur aan geven boven beton. “Niet zo gek als je bedenkt dat er zo’n 600 kilo op vier relatief kleine drukpunten rust”, verklaart Bruijnis. Rubbervloeren bleken in de studie echter niet kosteneffectief. “Maar een mooi begin zou zijn om de drukst belopen stukken stal hiermee te bekleden”. Enkele boeren geven in de enquête aan wel belangstelling te hebben voor de maatregelen, maar dit bleef beperkt tot een minderheid. Dertig procent heeft de intentie de klauwen vaker te controleren. De overige maatregelen bleken minder populair bij de boeren.

Koldewee weet wel waarom. “Als je nog maar kort geleden een nieuwe stal hebt gebouwd, mede op basis van advies van deskundigen, dan is het gewoon niet te betalen om je stal een paar jaar later al weer om te bouwen. Oplossingen vanuit verschillende hoeken kunnen in de toekomst een steentje bijdragen, maar één ding is zeker. Klauwproblemen zullen blijven bestaan zolang er melkkoeien zijn.”

 

Geen aanval maar wakker schudden

Bruijnis is dan ook bescheiden over de effecten die ze van haar studie verwacht. Als boerendochter kent ze de afwegingen die individuele ondernemers moeten maken. Duidelijk is voor haar dat een boer het niet alleen kan. “Ook voerleveranciers, dierenartsen, klauwverzorgers en niet te vergeten de zuivelindustrie hebben grote belangen in dit verhaal. Een hele sector in beweging zetten vereist een collectieve overtuiging dat het écht beter moet. Maar de houding van de boer blijft doorslaggevend.”

Terug naar overzicht...