Op het randje van de afgrond
calendar
donderdag, 03 september 2015
by elise haarman

Sommige babyzaken lijken me voor wetenschappers moeilijk te onderzoeken. Zo ben ik ervan overtuigd dat baby’s van nature een ingebouwde angst hebben voor dieptes, wat hen ervoor behoedt bewust in de afgrond te duiken. Maar bewijs het maar eens.

Toen Jelte pas geboren was, was ik gefascineerd door de Moro-reflex: die plotselinge grijpbewegingen in de lucht bij harde geluiden. Niet dat ze daarmee een eventuele val effectief breken, maar de evolutionaire functie is duidelijk: vastklampen aan mama of papa.

Inmiddels heeft de Moro-reflex bij Jelte plaatsgemaakt voor kansrijker overlevingsmechanismen. Aangezien hij sinds kort zelf op ons bed en op de bank kan klimmen, moest hij ook leren hoe hij er zelf af kan. Wij zitten er immers niet de hele dag naast om hem op te vangen. Dat gaat verrassend goed. Het kostte ons hooguit twee dagen om hem te leren achterstevoren naar de rand te schuiven en dan je benen naar beneden te laten zakken totdat je de grond onder je voeten voelt. Zien we dat hij toch met zijn hoofd eerst dreigt te gaan, dan roepen we: ‘Jelte, draaien!’ en dan doet hij dat.

Nu zou hij een ongecontroleerde val van de bank of het bed wel overleven, maar een klimrek is toch een ander verhaal. In veel speeltuintjes staan van die glijbaan-touwladder-klimwand combinaties waar je aan verschillende kanten van grote hoogte af kan lazeren. Totáál ongeschikt voor éénjarigen. Maar helaas is de aanblik van glijbanen voor mijn dreumes niet te versmaden en ben ik van nature gemakkelijk over te halen. Dodelijke combinatie. Zo gebeurt het wel eens dat ik onbedoeld experimenteer met Jeltes overlevingsinstinct.

Dat gaat dan ongeveer zo: ‘Ok Jelte, vooruit dan... ik zet je wel even op die hoge glijbaan, maar dan houd ik je wel aan je jas vast en kom je meteen weer naar be.. hé, sh**!! Kom terug!’ Op dat moment slaat mijn hart drie slagen over – het zou mooi zijn als ik die er aan het einde van mijn leven bijkreeg, maar ik vrees het tegendeel- en sta ik één seconde besluiteloos aan de grond genageld. Vervolgens ren ik naar één van de andere uitgangen van het plateau, afhankelijk van waar Jelte naar toe kruipt. Hoewel Jelte dit kat- en muisspel zeer amusant vindt en nieuwsgierig de verschillende uithoeken van het plateau verkent, krijg ik hem zelden te pakken. Dus gaat mijn kokosnotenopvangdans nog enige tijd verder, waarna Jelte zich uiteindelijk vol overgave van de glijbaan stort.

Hoewel mijn onderzoeksmethode methodologisch wat gebrekkig is, verzamel ik op deze dubieuze manier bewijs voor mijn stelling. Baby’s storten zich niet zomaar in elke afgrond die ze tegenkomen. Gelukkig maar. Maar dat ongelukken in ieder hoekje schuilen weet elke ouder. Dus de volgende keer misschien toch maar een onverbiddelijk ‘nee’. Of hem alvast leren hoe je van een klimwand afdaalt.

Terug naar overzicht...